Schooladvisering is een vak

Waar is Jeroen Dijsselbloem als je hem nodig hebt?

Even uw geheugen opfrissen?

De Commissie-Dijsselbloem was een parlementaire onderzoekscommissie over de onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs in Nederland. Op basis van het onderzoek werden er een aantal conclusies getrokken. Ik pluk er een aantal uit. Die volgens mij 1 op 1 toepasbaar zijn op de in de Tweede Kamer met een grote meerderheid aangenomen motie van Peter Kwint.

De motie vraagt om schooladvisering een vast onderdeel te laten zijn van de pabo-opleiding.

Hier komen ze. In de tegenwoordige tijd. Waarbij conclusie 3 is aangevuld met opleidingen.

  1. De analyse van de problemen schiet tekort.
  2. Het politiek draagvlak wordt belangrijker gevonden dan het draagvlak in het onderwijs.
  3. De leerkrachten, opleidingen, ouders en leerlingen zijn onvoldoende gehoord.

Wat is nu daadwerkelijk het probleem waar de politiek zich zorgen over maakt? Zulke zorgen, dat Groen Links (L.Westerveld) en P.Kwint (SP) een duivelspact sluiten met de CDA en de VVD. Van je politieke ‘vrienden’ moet het het hebben, als het je uitkomt dan.

Het probleem, aldus Kwint.

Het fenomeen van onderadvisering gebeurt vooral bij kinderen uit gezinnen uit de werkende klasse.

Leraren hebben vaak onbewust het idee: ‘We schatten jou maar niet te hoog in”.

Het probleem verduidelijkt:

Allereerst onderadvisering. Wat is dat eigenlijk, is dat wel een probleem?

‘Ondergeadviseerde leerlingen krijgen een lager advies dan leerlingen bij vergelijkbare schoolprestaties. Onderadvisering zorgt voor een blijvende achterstand binnen het voortgezet onderwijs. Deze leerlingen presteren ondermaats in het voortgezet onderwijs en hun talenten en competenties blijven onderbenut’. (bron:

Duidelijk, schadelijk en redelijk goed geanalyseerd. Ja, onderadvisering is een probleem. Goed dat Kwint en Westerveld en hun politieke vrienden die motie er door hebben weten te krijgen.

 

Stap 2: onderadvisering gebeurt vooral bij kinderen uit gezinnen uit de werkende klasse.

We zijn het er over eens dat onderadvisering een probleem is. Kwint stelt dat dit vooral, nou ja, dat weet u nu wel: de werkende klasse. De klasse die vooral stemt op de SP. Politiek gewin ligt op de loer.

Ik haal er een uitgebreid onderzoek bij van de onderwijsinspectie. Met een relevante onderzoeksvraag:

Welke relatie bestaat er tussen onderadvisering en achtergrondkenmerken van leerlingen (bijvoorbeeld sekse, etniciteit, milieu) en scholen (bijvoorbeeld sociaal etnische compositie, gemeentegrootte)?

Onderzoek laat zien dat het schoolkeuzeadvies in hoge mate beïnvloed wordt door het rond het eind van de basisschool behaalde prestatieniveau. Andere factoren, zoals achtergrondkenmerken van leerlingen of gedragsvariabelen, spelen een minder belangrijke rol. Hoewel wetenschappelijk onderzoek aanvankelijk uitwees dat allochtone leerlingen hogere adviezen kregen dan gezien de gerealiseerde prestaties in de rede lag, is een dergelijke overadvisering thans grotendeels verdwenen. Wel is, hoewel in beperkte mate, van onderadvisering sprake. De Onderwijsraad schat de omvang van de groep leerlingen waarbij sprake is van onderbenutting als gevolg van onderadvisering op 4 tot 6 procent. Deze onderadvisering doet zich het sterkst voor onder autochtone leerlingen uit gezinnen met laag opgeleide ouders.

Kwint heeft dus gelijk: de werkende klasse; gezinnen met laag opgeleide ouders.

Nou, ik vergat te melden dat het onderzoek waar deze conclusie in staat dateert van 2007. Beetje laat om dan in 2021 een motie aangenomen te krijgen die dit probleem nu eindelijk gaat aanpakken. Maar goed, dat is de politiek. Kijkt u maar naar het lerarentekort. Het politieke paard achter de wagen.

Dus zocht ik verder. Naar (bijna) wetenschappelijk bewijs dat onderadvisering met name de kinderen van de werkende klasse raakt. En kwam ik uit bij onderwijs in cijfers.

‘Gelijke kansen definiëren we in dit dashboard als gelijke onderwijsuitkomsten bij een gelijk cognitief niveau. Dat wil zeggen dat we bijvoorbeeld leerlingen met vergelijkbare centrale eindtoetsscore en basisschooladvies volgen bij de overgang naar het voortgezet onderwijs en dat we leerlingen met eenzelfde diploma in het voortgezet onderwijs verder volgen in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs. Voor de indicatie van sociaal economische status gebruiken we in dit dashboard het opleidingsniveau van de ouders als meest onderscheidende indicator’

Gelijke kansen dus. Of jouw wieg nu in Bloemendaal staat, of je op de grond geboren bent in  een volkswijk van..noem maar een grote stad. Advies is advies. Op niveau.

Om deze blog niet nog langer te maken dan dat hij (zij, het) nu al is: kijkt u zelf HIER verder. Rete-interessant.

Los van hoe je de door Kwint geformuleerde werkende klasse zou moeten definiëren, de onderzoekers hebben daar namelijk allemaal een wat andere definitie van beschreven, het klopt wat hij zegt.

Onderadvisering komt vooral voor bij kinderen van ouders:

  1. die laag opgeleid zijn.
  2. die weinig verdienen.
  3. die SP stemmen ( oh nee, dat kan net zo goed op de PVV, FVD of BBB zijn).
  4. die zware sjek roken en jenever drinken.

Flauw, excuus. Even dieper dan.

Meisjes krijgen vaker dan jongens een advies dat overeenkomt met hun prestaties. Jongens worden iets vaker ondergeadviseerd De verschillen tussen jongens en meisjes zijn echter klein. Verschillen naar opleidingsniveau van ouders zijn groter: kinderen met hoogopgeleide ouders (hbo- of wo-niveau) krijgen vaker een schooladvies dat bij hun prestaties past of hoger. Onderadvisering komt vaker voor bij kinderen met lager opgeleide ouders. 

We zijn er bijna. Ik graaf mijn eigen graf. Die motie, dat gedoe met de cie. Dijsselbloem. Onzin. Peter Kwint en Lisa Westerveld zijn fiere strijders voor het kinderen van lager opgeleide ouders. Die inderdaad vaak weinig verdienen. In minder grote huizen wonen. Dan kinderen die geen onderadvies krijgen. En dat bevordert gelijke kansen niet. En onderwijs als grote gelijkmaker? Dat is politiek gewin….. En een mooi waarom van ons onderwijs. Maar dit terzijde.

Tijdelijke conclusie:

Onderadvisering is een probleem. Een probleem dat vaker voorkomt bij kinderen van ouders van laag opgeleide ouders. Dan dat het voorkomt bij kinderen van ouders die hoog opgeleid zijn. En dus moet er iets gedaan worden aan hoe de onderadvisering ontstaat. En dat weten de koene onderwijsridders van de SP en Groen Links, gesteund door die van het CDA en de VVD, ook:

Leraren hebben vaak onbewust het idee: ‘We schatten jou maar niet te hoog in”.

En zonder dit te gaan onderzoeken blijkt dat in ieder geval Peter Kwint geen idee heeft waar hij het over heeft. En met hem de rest van zijn politieke vrienden voor 1 motie.

Hoe komt het onderwijsadvies tot stand?

  1. De basisschool baseert het schooladvies op toetsresultaten, de sociaal emotionele ontwikkeling, werkhouding, motivatie en gedrag. Het adviestraject begint al in groep 7. Na het schooladvies in groep 8 maken leerlingen de eindtoets. Hieruit volgt een toetsadvies. Is het toetsadvies hoger dan het schooladvies, dan moet de basisschool het schooladvies heroverwegen.

Kijkt u HIER even voor een uitgebreidere versie.

Als je dit leest dan vraag ik me af hoe het in Godsnaam mogelijk is dat er nog scholen zijn die onderadviseren. In ieder geval in die mate als waarin dat nu gebeurt. Want het gebeurt. Er schuurt iets. En ik weet wat.

Leraren hebben vaak onbewust het idee: ‘We schatten jou maar niet te hoog in”.

Peter Kwint suggereert hier dat hét advies gegeven wordt door een leerkracht. En dit is pertinent onjuist. Ja, de stem/kennis/ervaring/het humeur/ en meer van de leerkracht in groep 8 speelt een grote rol. Meetbaar en weetbaar. Een leerkracht die de pabo heeft gevolgd (dat hoop je tegenwoordig dan maar) en gesteund, bevraagd en geholpen wordt door de schoolleider. De leerkracht uit groep 7 en soms ook groep 6. De intern begeleider en de ouders. En indien nodig externe deskundigen, als er sprake is van kinderen die niet een rimpelloze schoolloopbaan hebben doorlopen.

Een school die zijn kerntaak serieus neemt, neemt ook het advies serieus. Heel serieus. Omdat onderadvisering blijvende schade aan kan richten. Door advisering als ‘vak’ op de pabo te willen laten onderwijzen snap je als politiek totaal niet waar je het over hebt. Als onderwijsadvisering daadwerkelijk het resultaat is van leraren die vaak onbewust het idee hebben dat ze jou maar niet te hoog moeten inschatten, dan heb je het als schoolleider, intern begeleider, collega van groep 7 en soms 6 echt laten liggen. Dan werk je op een hele slechte school. Of in ieder geval een school die inderdaad een heel slecht advies geeft. Dat is het probleem.

Dat de politiek dit niet snapt verbaast me niet. En dat is pas echt een probleem. Een systeemfout. De politiek die iets vindt van onderwijs. Maar er gewoon geen verstand van heeft. Laat het onderwijs over aan de professionals en stop met het onzinnig en onjuist framen. Ik geloof echt wel in de oprechte bedoelingen van Peter Kwint en Lisa Westerveld. Alleen los je dit probleem niet op, op de manier zoals de politiek denkt en meent dat het opgelost moet worden.

Waar is Jeroen Dijsselbloem als je hem nodig hebt..

 

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

dertien − 9 =